augustus, 2024

Het is waar. 

Wie Parc naturel régional du Morvan bezoekt zou de indruk kunnen krijgen dat de tijd er op het platteland heeft stil gestaan. Huizen zijn oud, de wegen slingerend en smal, het is er groen en stil.

In Saint-Brisson waar we waren was de camping municipal nagenoeg leeg. Dat is ook omdat de meeste mensen geen genoegen meer nemen met slechts sanitaire voorzieningen als een enkele douche, een toilet en een spoelbak voor wat afwas. 

Toch moet het broeien, want waar in Nederland de vlag ondersteboven hing zijn dat in Frankrijk nog immer de plaatsnaamborden. De Nationale Federatie van Boerenbonden en Jonge Boeren zullen ongetwijfeld nog van zich laten horen.

'Over het Franse platteland hangt een rouwsluier', schreef De Volkskrant niet zo heel lang gelden.

 

(foto's: Saint-Brisson in de avonduren).


augustus, 2024

Vogels kun je niet melken

Met dat ik begin jaren zeventig veelvuldiger in aanraking kwam met Friese namen als Gradus, Eeltje, Jerre, Doutzen, Berber met om mij heen de achternamen De Vries, Ferwerda, Dijkstra en De Haan en al snel leerde dat men 'goeie' (van goeie dai, goedendag) zei, maakte ik ook nader kennis met de vogels.

Want na onze verhuizingen uit Amsterdam, via Leeuwarden naar de 'Stienzer Hegedyk', vlakbij bij het dorpje Stiens (niet ver van Hollum, waar je met de boot naar Ameland kunt varen) behoorden ook de grutto, de kievit, de scholekster en de spreeuw onder de dakpannen ineens tot mijn universum. Hoewel ik toen een jaar of zeven was, beschouw ik hun aanwezigheid nog altijd als 'geluiden van de eerste dag'. Het letterlijke geluid van de grutto en de kievit doen mij soms nog ineenkrimpen van melancholie. Ik associeer ze met de kale, eindeloze weilanden vol kronkelige slootjes onder het open hemelgewelf waar ik me vaak solitair bevond in verbondenheid met alles.

Door deze ervaringen meen ik me ook enigszins te kunnen identificeren met de Friese boer Bote de Vries en zijn familie. Als buitenstaander, maar toch tussen de boeren opgegroeid heeft er op zijn minst een vorm van horizonversmelting plaatsgevonden.

Boer Bote staat voor een duivels dillema. Kiest hij voor zijn geliefde en met uitsterven bedreigde grutto of offert hij het 'waterland' op en gaat hij voor een goed renderende boerderij en een gewisse toekomst voor één van zijn zoons. (zijn zoon die niet overweegt naar Portugal te vertrekken, de andere doet dat namelijk wel)

Het is niet alleen Bote, maar het hele gezin dat betrokken is bij deze 'gruttokwestie' Dat dit een zware wissel trekt op hen wordt op pijnlijke wijze duidelijk. Liefdadigheidsoverwegingen staan dan ook voortdurend op gespannen voet met misgelopen 'melkgeld'.

Wat ik het mooie en het goede vind aan de documentaire van Human is dat deze een heel ander licht werpt op het gepolariseerde beeld rondom het fenomeen boer. Het clichébeeld van de onbehouwen en ongevoelige boer of de tegenwoordige onverschrokken volksheld wordt hier genuanceerd. We zien een boer die intens betrokken is bij het leven in en om de boerderij, maar ook iemand die diep twijfelt aan de betekenis van 'het boer zijn' in onze huidige tijd.

De functie van de boerderij als een gecentreerde microkosmos wordt in deze documentaire verbluffend mooi in beeld gebracht. Naast schitterend gefilmde beelden van de grutto's zie je minutieuze opnames van strontvliegen, muizen, spinnen, de marter, de uil en spreeuwen.

De meest heftige scene voor mij is de loonwerker die met cyclomaaier 'rücksichtslos' het gras maait. Als de dag van gisteren herinner ik me namelijk het moment dat we onze kat, meer dood dan levend aantroffen in de tuin. In het weiland achter het huis waar hij altijd sliep in het hoge gras had een soortgelijke maaier zijn vernietigende werk gedaan. In deze documentaire gaat het ook mis...

(Boer Bote. Deze foto is tevens de link naar de documentaire)


juni, 2024

De essentiële Chomsky 

(vijfde druk, 2022)

Interviews.

Wie door de bril van de Amerikaanse activist en linguïst Noam Chomsky de wereld bekijkt ziet vooral een wereldmacht, de VS, die er een buitenlandse politiek op na houdt met slechts één doel: ultieme zelfverrijking middels neo-liberalisme. 

Waar de VS ook intervenieert (met of zonder oorlog) en zijn invloed doet gelden en of het nu is in Zuid-Amerika, het Midden-Oosten of Azië, patronen zijn steeds dezelfde.

De vestiging van 'vrijhandel' is elke keer het toverwoord. Eigenlijk een soort dekmantel voor wat in feite een protectionistisch project op afstand behelst met als belangrijkste doel. Hoe zorgen we ervoor dat we iedereen ter plaatse afhankelijk maken van Amerikaanse industrie en dat zoveel mogelijk winst terugvloeit naar de VS.

Deze zelfverrijking op globale schaal gaat volgens Chomsky dan ook altijd ten koste van de lokale, regionale, landelijke, financiële en culturele infrastructuur. Kleinschalige landbouw of industrie moeten het ontgelden, worden stukgemaakt of weggeconcurreerd en maken plaats voor grote (industriële) projecten. Dit proces gaat dikwijls gepaard met enorme armoede en crisis onder de bevolking.

Voorafgaand aan en tijdens dit proces van overname is de steun aan een dictator, een corrupt regiem of de inzet van een stroman eerder regel dan uitzondering.

In een later stadium zijn het de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds die de 'opbouwprojecten' en dus verbetering van de economie kunnen ondersteunen en financieren.

Volgens Chomsky worden dergelijke processen ook nog eens eenzijdig belicht door de media.

Het eeuwige excuus.

Is vooral dat iedereen er beter van wordt. Beter betekent hierbij niets anders dan de stem of de behoefte van de bevolking de kop indrukken, mensen afhankelijk maken en dikwijls tot een soort loonslaven reduceren. Misschien een iets beter loon maar wel volledig monddood en onthouden van welke vorm van democratisch inspraak dan ook. Chomsky noemt veel bedrijven dan ook totalitair.

De actualiteit.

Als 'afvallige' Jood van Oekraïense afkomst heeft Chomsky geen goed woord over voor het opportunistische Israël dat voortdurend in de rug wordt gedekt door diezelfde VS dat zijn macht en invloed op deze manier in het Midden-Oosten consolideert.

Daarnaast geeft hij enorm af op met name Joods-Amerikaanse kolonisten vanwege hun vermeende wreedheid op de Westbank. Hij neemt het daarbij op voor de Palestijnse bevolking die zonder inspraak lijdt onder wat je volgens hem niet meer dan een apartheidsregime kan noemen. Zo is er een complete infrastructuur opgetuigd, met zeer goede verbindingen tussen Joodse nederzettingen. Palestijnen zweven en dwalen ergens in de periferie daartussen. Ook hier geldt zijn immer terugkerende kritiek. Er heerst geen democratie en de plaatselijke bevolking wordt elke vorm van betrokkenheid of stemrecht onthouden.

Wat hij Israël verder verwijt is dat zij Hamas zelf in het leven heeft geroepen, financieel heeft ondersteund, terwijl deze haar ideologie middels terreur nooit heeft afgezworen. 

Het schijnt dat Chomsky geen gezichten en namen kan onthouden. Los daarvan heeft hij een verbluffend geheugen. Zo viel het me op dat recente uitspraken op video's rechtstreeks geciteerd lijken uit boeken. Hij doet deze echter compleet uit zijn hoofd. Let wel, de man is inmiddels de negentig gepasseerd.

Chomsky schuwt het benoemen van elitaire wereldmachten niet. Nergens echter vervalt de man in vage complottheorieën. Daarvoor is zijn onderzoek te gedifferentieerd, diepgravend en precies.

Opvallend in dit boek is dat grootmacht China nauwelijks aan bod komt. Interviews zijn ouder en al deels gedateerd. India wordt wel genoemd door Chomsky. Toch gaat het daar ook weer over het voorbeeld van een ooit bloeiende cultuur die door een buitenstaander, in dit geval Groot-Brittannië, compleet de vernieling in is geholpen...


maart, 2024

Neo-Neo-Dada  in Drachten

Tussen het fijne bezoek aan mijn schoonouders door had ik een leuke ontmoeting met kunstenaar Marten Winters en schrijfster Tialda Hoogeveen. 

Het meest recent kunstwerk van Marten en technicus Daan Soer, de '8 van Drachten', gemaakt van motorkappen, staat op de voormalige parkeerplaats aan het Raadhuisplein.

Naast dit prachtige werk zag ik in Museum Dr888 zijn semi-permanente installatie 'Hommage aan Kurt Schwitters'. Een speelse installatie waarbinnen de subtiele, aan de aan het dadaïsme verwante, humor niet ontbreekt. Ontroerend is de persoonlijke noot in dit werk. In een hoekje brand een tafellampje. Op het plankje daaronder liggen kleine boekjes van zijn vorig jaar overleden vader en 'beroepsdadaïst' Willem Winters. Een eerbetoon.

Er is veel te doen rond, met name het beeld, de '8 van Drachten'. Commotie is er altijd wanneer er kunst in de openbare ruimte verrijst. Toch lijkt de discussie ditmaal, met name op sociale media, meer gepolariseerd en extra beladen door de tijdgeest. Tegenargumenten zijn daarbij altijd gestoeld op bekende clichés zoals: 'verspilling van belastinggeld ten koste van hen die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen'. Gelukkig zien ook heel veel mensen de toegevoegde waarde van het kunstwerk.

In een video die ik tegenkwam op sociale media spraken twee Amsterdamse vrouwen in Drachten zich uit over de 8 van Marten. Gelijk hadden ze. Drachten mag zijn handen dichtknijpen met zo'n initiatief.

(foto's: 'De 8 van Drachten' en 'Merzbau' in MuseumDr8888) 


maart, 2024

Adel Van De Geest 

(een vergeten ideaal)

 

Het woord 'waarheid' wordt de laatste jaren, vooral als het politieke kwesties betreft, te pas en te onpas gebruikt. Dat de waarheid wordt gepredikt en vervolgens bevestigd door commentaren naar aanleiding van betogen of video's, van vooral (rechts)populistische leiders, is niets nieuws meer.

Het heeft in ieder geval gemaakt dat ik wantrouwen koester tegen het begrip en de willekeur waarmee het wordt gebruikt.

Rob Riemen schrijft in zijn essays veelvuldig over waarheid. Op een mooie manier en niet over dé waarheid, maar wel over de noodzaak tot het zoeken naar waarheid, ook al wordt deze uiteindelijk nooit gevonden. Het boek gaat daarmee vooral over cultivering, wijsheid en moed.

'Adel van de geest' is de titel van dit zeer lezenswaardige boek.

Deze titel en vooral het woord 'adel' roept wellicht associaties op met de aristocratie. Toch is het boek eerder een algemeen pleidooi voor humanistische vorming van geest en rede. Een hernieuwd waardenonderzoek, zonder de valkuil van regressief conservatisme. Riemen doet dit aan de hand van grote denkers als Socrates en Nietzsche. Thomas Mann is, voor mij in ieder geval, het meest prominent aanwezig in dit boek. 

Riemen grijpt in zijn boek terug op de periode van voor de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum en trekt parallellen met de huidige tijd.

Het boek is tevens een in milde woorden uitgedrukte waarschuwing tegen het gedachtegoed van populisme, rechts-extremisme en fascisme. Riemen schreef het boek in 2009, de periode waarin Geert Wilders zijn opmars maakte.

Inmiddels zijn we al jaren verder en heeft, heeft (extreem)rechts veel aan invloed gewonnen. Zo bezien had Riemen een vooruitziende blik.

Adel Van De Geest is een prachtig boek. Het is in twintig talen vertaald en wordt gewaardeerd als een klein literair meesterwerk.

(Rob Riemen is essayist en oprichter-directeur van het Nexusinstituut in Tilburg).


januari, 2024

Ruimteschaarste

Met de uitwerkingen gedaan door wijlen Architect Hans van der Laan zouden we ons kunnen bezinnen op het bouwen in een land met onontkoombare, toekomstige ruimteschaarste.

De kloostercel of de gastenkamer is de kleinste ruimtelijk eenheid.

wand : cella = 1:7

Abdij Roosenberg is de eerste plek waar Dom Van der Laan een typologie van een kamer voor één persoon ontwierp. Twee vierkante ramen kijken uit op de hof. De cel is voorzien van een bed met nachtkastje, een kleerkast en een tafel en stoel.

De kloostercel meet 3,51 m x 4 m, dit is een verhouding van 6:7. Op de tekening met isometrsich perspectief kunnen deze maten gemakkelijk geteld worden door het tegelpatroon van 49 cm x 49 cm.

 

(foto: gastenkamer Abdij Roosenburg)


augustus, 2023

Concrete kunst.

Het was een tendens indertijd. Niet alleen ik, maar meer studenten hielden zich er mee bezig op Kunstacademie Minerva in Groningen midden in de jaren negentig van de vorige eeuw. 

Waar ik op doel is de 'concrete kunst'. 

Ofwel, kunst die naar niets anders verwijst dan naar zichzelf. Deze visie was overigens al lang niet nieuw meer, maar had nog immer iets gewichtigs en aantrekkelijks voor een deel van de studenten. De invloed van toenmalig kunstenaars en docenten Ton Mars en Johan van Oord speelden daarbij een niet te onderschatten rol.

Een simpele uitleg voor wie de betekenis van concrete kunst niet duidelijk is. Schilder je bijvoorbeeld een landschap, dan verwijst dat schilderij naar iets buiten zichzelf. Een landschap Immers. Een naar zichzelf verwijzend kunstwerk doet dat niet. Het is non-figuratief en wordt daarom wel concreet genoemd. Een ding onder de dingen. 

Voor wie goed kijkt naar dit titelloze werk van mij uit 1994. (Een half jaar voor ik afstudeerde) kan zien dat dit werk nog in een tussenfase verkeerde. Het schilderij was al geen traditioneel venster meer. Door de verdikking van de zijkanten is het reeds een object en geen doorkijk (venster) meer.

De geschilderd vorm op de voorkant is echter nog figuratief. Het is een zwarte vorm afgeleid van een foto van boomtakken. Met 'concrete doelstellingen' in mijn achterhoofd was ik er weliswaar nog niet.

Kort daarop verdwenen de laatste resten figuratie uit mijn werk. De schilderijen getoond tijdens mijn eindexamen bestonden uit niet meer dan abstracte zelfontworpen, kalligrafie-achtige zwarte vormen op een witte ondergrond. Helaas is de documentatie op dia daarvan verloren gegaan.

Deze vormen hadden nog wel iets organisch. Voor een purist is dat niet genoeg. Geometrische non-figuratie is dat wel: rationeel, deductief, zonder sensualiteit en 'bedacht in de geest'. 

Zoveel rigiditeit ging mij, zelfs toen, te ver.

Toch. Het maken van concrete kunst was voor mij ooit een lofwaardig streven. Het hoogste doel. 

Tegenwoordig kijk ik er anders naar. Sterker nog. De gedachte dat een kunstwerk überhaupt geïsoleerd van de buitenwereld tot stand komt is absurd en volgens mij een contradictio in terminis. Geen enkel kunstwerk kan los van de invloed van zichtbare, omringende wereld ontstaan of bestaan. Kunstwerken ontstaan niet in enkel ons hoofd.

Pioniers binnen de concrete kunst, ook wel 'concretivisme' genoemd, hebben bijzondere, vernieuwende kunst gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan Ad Dekkers, Jan Schoonhoven, Jean Arp, Theo van Doesburg en Joseph Albers. Concreet genoemd, maar in hun verschijningsvorm heel verschillend. Juist in de 'vervuiling' van purisme lag hun kracht.

Het merendeel van de actuele concrete kunst is vaak niet meer dan een lege huls. Een voortdurende herhaling van een stroming die ooit de moeite waard was. Er lijkt zelfs sprake van een omkering. Waar ooit objectieve waarden golden, de speelruimte en spelregels voor de kunst, is het maken van kunst louter een particuliere aangelegenheid geworden. 'Ik rotzooi maar wat aan', maar dan in de meest letterlijke zin.

Kijk maar eens op sociale media als Facebook of Instagram en je treft een amalgaam van non-figuratieve, tenenkrommende, slechte en gemakkelijke kunstwerken. Het motief daarachter lijkt duidelijk. Heb je geen idee waar je mee bezig bent, dan noem je je werk concreet en je bent overal vanaf.

Middels bovenstaande probeer ik duidelijk te maken dat een kunstwerk ontstaat door de toepassing van bepaalde spelregels, een vormende context. Tegelijkertijd echter is het nodig dat een kunstwerk zich niet laat bepalen door definities en daar op één of andere manier weer aan ontsnapt.

Als dat lukt kán daar iets goeds uit voortkomen...

(foto; zonder titel, 1995, privé-bezit).


juli, 2023

Losse flodders en hersenspinsels van het brein.

'Wij zijn ons brein'. Het is al weer een jaar of tien geleden dat ik het las, dit fascinerende boek van Dick Swaab. Ik noem een ding. Het betekende bijvoorbeeld een verandering in mijn denken over een verschijnsel als obesitas veroorzaakt door een verstoorde functie van de hypothalamus. 

En zo kun je lezen over allerlei specifieke verstoorde 'breinfuncties' en het daaraan verbonden typische gedrag, zoals door blijven eten omdat je door verstoring geen verzadigd gevoel kent.

Dat wij, omdat ons brein bij dergelijke verstoringen een rol speelt, daarmee ook een brein zijn blijft tegelijkertijd een merkwaardige en opmerkelijke conclusie. 

Want wat is dan de functie van de rest? 

De rest: ons lichaam, onze ledematen; handen en voeten, ons hoofd dat een bepaalde richting op kijkt als we een vogelgeluid horen, de wereld om ons heen etc. Het idee dat we voortdurend van binnenuit door een grijze massa worden aangestuurd als een soort robot lijkt mij niet meer dan absurd.

Genoeg redenen dus om 'Wij zijn toch geen brein?' van filosoof en neurowetenschapper Alva Noë te herlezen.

Alva Noë ontkent met kracht dat wij ons brein zijn. Hij meent vooral dat wij bewustzijn hebben en bovenal 'geest'. Hoewel dat laatste een ietwat vage term blijft, bedoelt Noë vooral dat niet alleen ons brein bepalend is voor ons functioneren, maar dat we functioneren binnen een meer holistisch complex van factoren in en buiten ons en dat je niet kunt reduceren tot breinfuncties simpelweg omdat we lang niet weten hoe het geheel precies werkt.

Een prachtig en bijna poëtisch voorbeeld in zijn boek is dat van een waterslak. Raak je de voelhorens van deze slak ruw aan dan reageert de slak daar heel heftig op door ze snel terug te trekken. Na verloop van tijd echter neemt deze heftige reactie af. Wat blijkt. Er is niet alleen sprake van gedragsverandering. Nee, ook in het brein van de waterslak zijn veranderingen opgetreden. De werking is tweeledig. Van buiten naar binnen en andersom, van binnen naar buiten.

Een ander sterk voorbeeld is zijn kritiek op de wijdverbreide simplistische idee dat ons brein een informatieverwerkend systeem is. Eigenlijk een soort computer die rekent met enen en nullen. Dergelijke conclusie zijn gestoeld op slordig, en nog absurdistischer giswerk. Het feit dat hersenactiviteit op een bepaalde manier valt te meten bewijst immers niets. Sterker nog. Het bijzondere van de mens is dat deze steeds weer in staat is om aan allerlei vormen van systeemdenken te ontsnappen. Ondanks allerlei gewoonteneigingen maakt dat de mens tegelijkertijd weer ongrijpbaar en creatief. Is dat alles alleen maar te danken aan zijn brein? 

Lastig voor sommige harde wetenschappers natuurlijk.

Naast de vermaarde Swaab kennen we ook nog de invloedrijke ideeën over het brein van Victor Lamme.

De theorie van Lamme is zo mogelijk nog meer reductionistisch dan die van Swaab. Angst, hebzucht en kuddegedrag zijn die enige parameters die, naast dat we ze we kunnen 'waarnemen' in het brein, bepalend zijn voor menselijk gedrag. En dit alles gebaseerd op het feite dat de respons in ons brein vooruitloopt op ons bewuste handelen! 

Ook al is dit zo dan betekent dit nog niet dat we niet in staat zijn in te grijpen in onze omgeving en angstfactoren 'bewust' kunnen wegnemen. We veroorzaken daarmee een verandering buiten ons die vervolgens weer invloed heeft op onze respons binnenin. Er is dus niet alleen een binnen, maar er is ook een lichaam en een omgeving die invloed uitoefenen op buiten en dat buiten heeft weer invloed op ons handelen. Ook hier weer tweerichtingsverkeer boven een opvatting die vooral gekenmerkt wordt door zwart-wit en eenrichtingsverkeer.

Dan nog over 'Het seniorenbrein' van Aleman. Dat moet ik ook herlezen. Dit seniorenbrein van 56 jaar dreigt sneller wat te vergeten. Hoewel een seniorenbrein dan weer tot hele andere dingen in staat is dan een jonge brein. Zo is het stressbestendiger en kan complexe zaken aan. Is dat alleen een eenzijdig verandering van binnenuit of ontstaat dit brein in interactie met ons hele lichaam en de wereld buiten ons? De laatste woorden zijn er nog niet over gezegd.

Tot slot moet ik toch ineens denken aan de woorden van wijlen kunstenaar J.C.J Vanderheyden: 'Wij zijn een geheel van een deel en geheel van een deel.


februari, 2023

Uitzonderlijk talent: Gids voor hoogbegaafden, uitvinders en andere vreemde vogels.

Een boek met zo'n aansprekende titel kon ik niet aan me voorbij laten gaan. 

Hoewel ik in mijn directe omgeving ruimschoots in aanraking kom met 'afwijkingen van het gemiddelde' hoopte ik op verrijking, nieuwe inzichten, kortom leesvoer over bijzondere, intelligente, creatieve mensen en oorspronkelijke levensverhalen.

Jammer genoeg viel dat ontzettend tegen. Het boek handelt over mensen die weliswaar afwijken van het gemiddelde, maar steeds voldoen aan krappe criteria. Allemaal universitair geschoold, intelligent, goed lerend, met de nodige creatieve vermogens en uiteindelijk succesvol. De meesten kenden een wat grillig pad, maar zijn allemaal, volgens de geijkte standaard, goed terechtgekomen. 

Met zijn gekozen doelgroep doet de schrijver een groep andere hoogbegaafden, uitvinders en vreemde vogels te kort. Ik mis de verhalen over levens die vaak bijzonder, complex en niet zelden weerbarstig zijn en in dit boek totaal niet aan bod komen. Ik denk bijvoorbeeld aan hen die lager geschoold zijn of hun school of studie niet hebben afgemaakt. Een baan als administrateur, timmerman, fabrieksarbeider hebben of misschien wel werkloos zijn of afgekeurd. Of mensen die  helemaal niet succesvol zijn volgens de gangbare normen, maar op een andere manier hun begaafdheid; intelligentie, creativiteit en doorzettingsvermogen inzetten om te komen tot ontdekkingen, kennis of samenwerkingsverbanden.  

Misschien valt dit alles schrijver Frans Corten niet kwalijk te nemen. Alle ervaringen die hij in zijn boek beschrijft lijken namelijk voort vloeien uit zijn beroep. Dat van gids of liever, loopbaancoach. Binnen een dergelijke context tellen uiteindelijk ook de scores voor de buitenwacht.


november, 2022

Abstract in Beeld

Het laatste weekend om het werk (Zonder titel, 2023) te zien op de tentoonstelling 'Abstract in Beeld' bij Kunstenaarsvereniging De Boterhal te Hoorn.

Het is het eerste ruimtelijke werk bewust opgebouwd uit losse modules. Met dank aan het maatstelsel van architect Dom Hans van der Laan. Het maakt dat onderdelen van elk werk gebruikt kunnen worden voor ander werk. Ik voorkom daarmee de productie van artefacten die in de opslag verdwijnen. Het hele idee van het opbouwen van een oeuvre en kunstproductie staat me inmiddels tegen. Voor mij past het niet meer. Alleen aankoop of verzoek tot tentoonstellen van een kunstwerk garandeert nog een constante.

Het maken van een werk hoort tot de moeilijkste en mooiste uitdagingen. Dit laatste werk voor De Boterhal bestaat deels uit getallen op papier (zie foto). Dat betreft alleen de maten die betrekking hebben op de ruimtelijke verhoudingen. Het spel met en in de ruimte, kleur en de schilderkunst is de beeldende zoektocht die volgt en leidt tot het (niet) definitieve werk.

Zo doe ik steeds datgene waar het me in essentie om gaat: opereren op het snijvlak van gegevenheden en spontaniteit.

www.boterhal.com

(foto's: zonder titel, 2022 plus maten)

 


september, 2022

Abstract in Beeld (22 oktober t/m 27 november 2022)

Bij abstracte kunst denk ik onwillekeurig vaak aan Mondriaan. Wie kent hem zelfs niet een beetje. Begonnen met o.a prachtige landschappen, bomen, portretten en eindigend met het geometrische 'Victory Boogie Woogie' in New York. Van figuratief naar volkomen abstract. Met een heleboel stapjes daartussen. Vergeet dat niet.

 Realiseer je eens hoe lang geleden het is dat deze 'swingende' Victory Boogie Woogie werd gemaakt. Namelijk al in 1944. Abstracte kunst bestaat meer dan 100 jaar. Zolang al dat we het niet minder dan een traditie kunnen noemen.

 In het huidige tijdsgewricht zoeken kunstenaars nog immer naar beelden. Zoals het kunstenaars betaamd. Beelden die blijkbaar gemaakt moeten worden. Figuratief, abstract of iets daar tussenin. Abstracte kunst die gebroederlijk naast de figuratieve hangt of staat. Met alles wat zich daartussen ophoudt. Je komt het tegen.

De strijd tussen figuratief en abstract is immers gestreden. Kunst is kunst.

 Maar schijn bedriegt. Want het is nog geen gemeengoed. Kunst met een zichtbare verwijzing naar de werkelijkheid lijkt nog steeds aan de winnende hand. Zeker ook in de beoordeling van menig beschouwer.

 Is het daarom dat Karin van Bodegom en Frits Klaver, initiators van de tweede editie van 'Abstract in Beeld' vinden dat abstracte kunst nog steeds een duw in de rug nodig heeft? Ongetwijfeld. En dat duwen, dat moedig doordouwen doen zij inmiddels al heel wat jaren. Zolang als nodig is? Ik heb geen idee. Ze doen het natuurlijk ook omdat ze van deze kunst houden. En zelf maken. 

Hun keus is gevallen op een waaier aan abstract werkende kunstenaars. Want hoewel over smaak misschien niet valt te twisten is het altijd goed verschillend te blijven proeven.

Michel Wijdeveld


Augustus, 2022

De mensheid als Moloch

Eigenlijk was onderstaande een reactie geplaatst naar aanleiding van een post op het Filosofisch Café op Facebook, maar evengoed van toepassing op andere berichten die ik las de laatste tijd. 

Toevallig ging het elke keer over festivals. Zoals over het Lowlandsfestival dat overeind probeert te blijven met luxe glamping, het Psi-Fy festival dat is verboden en dat dit zo sneu is 'voor al die mensen van over de hele wereld' die nu niet kunnen komen. Maar ook. De door het stille bos denderende, reusachtige shovels op Vlieland die ik tegenkwam, in actie, ter voorbereiding van het ITGWO-festival. 

Je zou kunnen denken dat ik een misantroop ben, maar dat is niet het geval. Integendeel. Ik hou van mensen, dat zij samenkomen, ben muzikant en groot muziekliefhebber. De wijze waarop dit samenkomen nu plaatsvindt, de schaalgrootte zeg maar, is echter fnuikend voor de natuur en kan nooit duurzaam zijn.

Het grootste pijnpunt is de gedachte dat ik hier 'at the end' onlosmakelijk een deel van ben. Ik doe mee. Is het niet op de ene manier, dan wel op de andere.

Maar goed. Wat ik schreef:

...'A view from nowhere' is een mens niet gegeven, maar wie scherp waarneemt kan, denk ik, niet ontkomen aan de conclusie dat we volop in een transitieperiode zitten. En het gaat allemaal razendsnel. 

De rode draad voor mij? 

Een verontrustend gevoel, omdat ik voortdurend zie dat de invloedssfeer van de globemens zich verder uitbreidt tot werkelijk alle kieren en gaten zijn dichtgesmeerd, opgevuld en alle tussenruimte  is verdwenen. Footprints als verzengende reuzenstappen door de moloch mensheid. En waar de moloch een halt wordt toegeroepen toon deze zich steeds vaker met het banier en daarop de slogan 'vrijheid' en de leus: 'Waar is ons recht op vrijheid gebleven?' 

En zo marcheren we maar door, ondertussen alles onder onze voeten stuktrappend.

Pas als we de moloch weten te remmen ben ik geen pessimist meer. Hoewel altijd wel één die hoop houdt op de vierkante meter trouwens. Want, wat zou ik mijn kinderen anders in vredesnaam hebben aangedaan. 

Ondertussen citeer ik al lezend uit 'Strohonden' (2003) van John Gray, wat weer een citaat is van James Lovelock: mensen op aarde gedragen zich in sommige opzichten als een pathologisch organisme, of als de cellen van een tumor of neoplasma. Wij zijn in aantal toegenomen en wij hebben Gaia steeds meer verstoring bezorgd, tot het punt waarop onze aanwezigheid merkbaar ontwrichtend is...de menselijke soort is nu zo talrijk dat er een ernstige planetaire ziekte kan worden geconstateerd. Gaia lijdt aan uitgezaaide 'primateritus', een mensenplaag...

 

(foto: Vuurboetsduin Vlieland)


februari, 2022

Het laatste woord

Eén van de slotzinnen uit dit fascinerende boek over de betekenis van de rede.

Graag geef ik deze ter overdenking mee:

...Niettemin lijkt de vooronderstelling dat er geen objectieve waarden bestaan op een andere manier begrijpelijk te zijn, net zoals de vooronderstelling dat er helemaal geen feiten bestaan onbegrijpelijk is. We schijnen hier te stuiten op een mogelijke manier om onszelf, hoe onterecht ook, als een volstrekt biologisch product te beschouwen.

Die schijn is onjuist. Als we onze onschuld eenmaal zijn kwijtgeraakt en als het reflectieve bewustzijn in werking is getreden, bestaat er geen weg meer terug. Zodra je eenmaal denkt, is er geen route terug naar een louter biologisch perspectief op je eigen gedachten in algemene zin - en ook niet naar een louter psychologisch, louter sociologisch, louter economisch of louter politiek perspectief op je eigen denken.

Dergelijke externe vormen van inzicht zijn immers zelf vormen van denken, en uiteindelijk is elke vorm van inzicht die we bereiken ten aanzien van de toevalligheid, de subjectiviteit en de willekeur van onze verlangens, indrukken en intuïties (of je dergelijke inzichten nu wel of niet aanvaardt) altijd afhankelijk van gedachten die niet die kenmerken hebben. Het gaat om gedachten die een onpersoonlijke geldigheid hebben en die alleen op basis van hun inhoud aanspraak kunnen maken op onze instemming...

(Uit: 'Het laatste woord': een kleine filosofie van de rede, filosoof Thomas Nagel, 2016).


januari, 2022

Wij Nihilisten

Je zou het misschien hopen, maar begaafdheid en genialiteit leiden niet automatisch tot een eensluidende ethiek. Want ook, of juist geniale mensen leven dikwijls in hun zelfgeschapen 'bubble'. Die heb je ook nodig. Te veel invloeden van buitenaf kunnen je immers afleiden van je visioenen en je creatieve denk- en experimenteerwerk.

Maar dan bestaat wel het risico dat je, bij gebrek aan realiteitszin, belandt in een universum van fantastische ideeën, vermengd met allerlei diepe, moeilijk traceerbare psychologische drijfveren, projecties en angsten. 

En als je deze ideeën dan ook nog eens ziet als een blauwdruk voor de weg die de mensheid dient te bewandelen dan geraak je op het terrein van de grootheidswaanzin en utopische visioenen. In het verlangen naar een eeuwig leven kun je bijvoorbeeld menen dat 'het zonnestelsel met onze intelligentie kan worden verzadigd' of dat je 'een miljoen mensen getransporteerd ziet worden naar Mars'. 

Hoe dan ook. Mochten dit soort visioenen bewaarheid worden, dan kunnen we het huidige aardse bestaan, in welke vorm dan ook, binnen onafzienbare tijd achter ons laten. 

Arme aarde.

 

('Wij Nihilisten': een zoektocht naar de geest van de digitalisering, Hans Schnitzler, 2021)


november, 2021

Femia

Na een jaar kon het eindelijk. Mijn object-schilderij brengen naar kunstenaar Femia Morselt. Corona gooide roet in het eten. Nadat ik foto's van werken op Facebook had geplaatst deed Femia een zeer genereus bod op één ervan. Werken die onverkocht en niet uitgeleend na een jaar terugkwamen van Museum Kranenburgh. 

En zo kwam ik terecht in haar atelier aan de Rozenstraat in de Amsterdamse Jordaan. Een bijzondere ontmoeting want we hadden elkaar nog nooit gezien of gesproken, maar wel al jaren een connectie via Facebook.

Het deed me eerlijk gezegd nogal wat dat Femia één van mijn werken heel graag wilde kopen. Daarom had ik nog een werk meegenomen om haar te schenken in de hoop natuurlijk dat ze het goed zou vinden. Ik gokte gelukkig goed.

Uit het prettige gesprek dat we voerden, onder het genot van een zakje poedercappuccino met heet water, bleek overigens dat Femia zelf helemaal niet ruim bij kas zat. Sterker nog. Ze liet doorschemeren dat het toekomstig gebruik van haar atelier zelfs op losse schroeven staat. 

Geen 'Mondriaanse toestanden' in het atelier van Femia. Kunstboeken, potjes, verf, grotere en kleine kunstwerken, dingen die er al een tijdje staan of hangen. Een sfeervol atelier dat een geschiedenis ademt van zo'n veertig jaar met een rust die je overigens niet verwacht midden in het centrum van Amsterdam in de hoek tussen Lijnbaansgracht en Rozengracht.

Femia liet me wat dingen zien, proefjes waar ze mee bezig was en houten mallen met uitgegutste letters die ze gebruikt voor een soort frottage- of rubbingtechniek in haar schilderijen. Compleet non-figuratieve werken zag ik, werken met letters of teksten. Werken op de grens tussen figuratief en abstract. Een hele range. Verschillende soorten werk waar zij zich, afhankelijk van haar behoefte, mee bezighoudt. Mooi om te zien.

Bij een zwart schilderijtje met een blauw vierkant bleef ik wat langer hangen. Van voren leek het plat met een sterk illusionistische, ruimtelijke werking. Beurtelings kwam het blauw naar voren en week het weer. Keek je van opzij dan zag je dat het geen vlak schilderij was, maar een reliëf. Een bijzonder werkje.

Je raadt het wellicht. Het schilderij hangt inmiddels bij mij thuis. Femia bood het me, totaal onverwacht, aan bij wijze van ruil en ik ben er bijzonder blij en gelukkig mee. Het is een werk uit 2003 met de titel: 'Grand Square met mal'.

Ik hoop dat Femia het me niet kwalijk neemt dat ik hier een foto van haar plaats. Deze kunstenaar van bijna tachtig die, zoals ze zelf vertelde, nog bijna elke dag de gang naar haar atelier maakt.

 

(foto's; Atelier Femia Morselt, 'Grand Square met mal', 2003)


juli, 2021

Het regencomplot

Toevend in het Luxemburgse maakten we een wandeling langs berg en dal.

Onderweg werden we overvallen door enorme stortbuien. Vooral balen natuurlijk en we kunnen sinds een tijdje niet meer uitgaan van de accuraatheid van buienradar. Want we weten inmiddels dat buien veroorzaakt worden door de mens. 'Cloud Seeding' heet dat. Dus is elke bui die we onderweg tegenkomen is in feite een waarschuwing en een voorbode voor wat zou kunnen volgen. Namelijk weer overstroming.

Maar lieve mensen trap er niet in... Want het drukken op die angstknop is precies wat machthebbers nodig hebben om ons te leiden naar een nieuwe wereldorde. Zij doen alsof zij ons willen redden, maar feitelijk willen zij over ons heersen.

Nogmaals. Trap er niet in! Het is maar dat jullie het even weten. Een fijne dag nog.

 

(foto: Abdij van Echternach, Luxemburg). Toen de rivier de Sûre overstroomde in het centrum stond het water ongeveer twee meter hoog getuige de nog natte muur. Het was er een behoorlijke puinhoop.


februari, 2021

Leven in toewijding.

Ter stimulering van mijn kunstpraktijk keek ik hem vandaag opnieuw. De schitterende korte film 'Roosenberg' van Ingle Vaikla uit 2016. De film gaat over het leven van de laatste vier overgebleven zusters Amanda, Rosa, Godelieve en Trees in abdij Roosenberg te Waasmunster. Centraal in hun leven staan, naast vanzelfsprekend God, twee grote figuren, namelijk Maria en Franciscus. Hoewel ik niet veel heb met het evangelie spreekt die van ‘armoedzaaier of bedelaar’ Franciscus me het meest aan. Zijn spiritualiteit van genoeg: tevreden zijn met wat je hebt, eco-bewustzijn, bewust omgaan met natuur en je ver houden van uitbuiting spreekt tot de verbeelding.

Binnen een korte tijdspanne, de film duurt zo’n dertig minuten, heeft Vaikla het leven van de zusters goed kunnen vangen. In de eerste plaats is dit een leven vol van toewijding aan God. Maar dit leven behelst veel meer. Er volgt een leven uit van rust, eenvoud en regelmaat. Een leven ook waar alle activiteiten, van het gebed tot het doen van de afwas, gepaard gaan met aandacht en kalmte. Het voorbeeld van een duurzaam bestaan buiten de waan van de dag om. Overigens zijn de zusters niet geheel verstoken van informatie van buiten. Zo is er een prachtig fragment in de film waar de telefoon hard op de achtergrond ringt, terwijl één van de zusters met rollator de krant leest.

Als het ware geconserveerd door de schitterende architectuur van Hans van der Laan is het een wonder dat zij dit leven nog konden leven. Waar de voorwaarden voor een dergelijk bestaan in onze huidige tijd al lang onderuitgehaald gehaald lijken hebben de overgebleven zusters dit tot 2016 nog kunnen voortzetten. Uiteindelijk werd het leven in en de zorg voor het klooster te zwaar voor de zusters, inmiddels allen in de tachtig. 

Terwijl ik dit stuk schrijf moet ik onwillekeurig denken aan het boek: ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’, van Geert Mak. Ook daarin wordt beschreven hoe God als bestaansdoel van mensenlevens en alles wat daarmee samenhangt in het 'kleine universum' Jorwerd een steeds kleinere rol speelt en mettertijd als het ware oplost…

In feite is dat met de abdij ook het geval. Door tanend geloof is er geen aanwas meer en daarmee het kloosterleven gedoemd te verdwijnen. Dat roept allemaal vragen op over de betekenis van dingen als ambitie, toewijding, belang, levensdoel en levensvervulling. Want als er geen zusters of broeders meer zijn, dan zegt dat wat over de samenleving in zijn geheel.

Overigens kent abdij Roosenberg een lange geschiedenis. Zo is het laatste gebouw, ontworpen door Van der Laan, betrokken in 1975. Door verwoestingen, fusies en ook gebrek aan leden werden er in de loop van de geschiedenis zes abdijen gebouwd. Daarbij ging Van der Laan het verst. Het gebouw wordt niet voor niets een 'Gesamtkunstwerk' genoemd. Van der Laan ontwierp naast het gebouw ook de tuinen, de stoelen, tafels en banken en zelfs kandelaars, glazen en vazen. Dit alles op basis van zijn, binnen de architectuur inmiddels befaamde, plastische getal.

In de film van Vaikla is heel mooi gefilmd hoe de architectuur zich toont. Eenvoudig, geordend, vormzuiver, zonder overbodige franje, met prachtige lichtval en schaduwwerking en, voor wie dat kan ervaren, van een aangrijpende schoonheid. 

De architectuur van Van der Laan wordt ook wel gerekend tot de architectuurstroming van de 'Bossche School'. Religieuze architectuur neemt daarbij een belangrijke plaats in. Veel van de gebouwen verloren hun oorspronkelijke religieuze functie. Een goed voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld buitenplaats ‘Doornburgh’, bij Maarssen. Op het landgoed van de buitenplaats werd in 1964 nog kloostercomplex 'Priorij Emmaus' gebouwd door Jan de Jong, leerling van Dom Hans van der Laan. Ook hier verlieten de laatste zusters de buitenplaats in 2017. Nu is het o.a een publieke plek voor wetenschap, kunst, stilte en bezinning of voor het in rust kunnen studeren of werken.

In abdij Roosenberg worden inmiddels rondleidingen gegeven. De definitieve herbestemming van gebouw is nog niet rond. Zelf had ik er vorig jaar naar toe willen gaan. Helaas ging dat over als gevolg van de coronacrisis. Wel hoop ik dat er bij mijzelf en andere bezoekers naast de architectuur iets doorsijpelt van de levenswijze die de zusters erop nahielden en die in het huidig tijdsgewricht zeker nog tot voorbeeld zou kunnen dienen. Sterker nog. Dergelijke plekken zouden in de toekomst, zonder de oorspronkelijke verticaliteit, nog wel eens heel erg belangrijk kunnen worden.

(februari, 2021)

De film ‘Roosenberg’ (2016) van Ingel Vaikla vind je via de volgende link: Roosenberg

 

(foto's; Abdij Roosenberg te Waasmunster, België)


augustus, 2020

Tussen tijd.

Soms is er simpelweg even geen geld om materialen te kopen. Ik gebruik dan mijn tijd in het atelier om te studeren, naar muziek te luisteren of te lezen.

Bij wat ik dan lees kan ik een glimlach niet altijd onderdrukken. Zo beklaagt kunstenaar Erik van Lieshout zich erover in een interview dat hij altijd kampt met financiële tekorten. Zijn werk wordt overal in de wereld tentoongesteld. Trots is hij op werk dat onderdeel is van de collectie van het MOMA in New York. Een aantal jaren geleden ontving hij nog de Heinekenprijs (je moet hem maar willen) van 100.000 euro. Ter vergelijking. Voor dat bedrag moet ik vier jaar lang twee dagen per week zwaar fysiek werk doen (in het weekend met toeslag).

Dankzij deze baan verkeer ik overigens nu wel in een atelier en lees een beschrijving van kunstenaar en minimalist Donald Judd over het werk van andere liefde colorfield painter Barnett Newman. Dit is vooral boeiend omdat er geen grotere tegenstelling lijkt te bestaan dan tussen de twee stromingen die zij vertegenwoordigden en elkaar opvolgden. Het abstract expressionisme en minimal art.

Waar Judd het werk van Newman louter in formele termen beschrijft doet Newman compleet het tegenovergestelde. Beide benaderingen getuigen van een totaal verschillende visie op kunst.

Donald Judd:
" Vir Heroicus Sublimis werd gemaakt in 1950 en de kleur van een van de strepen werd veranderd in 1951. Het is 2,40 meter hoog en 5,40 meter lang. Afgezien van vijf strepen komt het rood in de buurt van medium cadmiumrood.
Vanaf de linkerkant, minder dan een halve meter naar binnen toe, is er een streep van een paar centimeter breed in een rood dat daar dichtbij komt, maar van toon verschilt; ongeveer een meter verder is er een paar centimeter wit, aan de overkant van het breedste veld is er zo'n vier, vijf centimeter van een donker, kastanjeachtig bruin dat zwart lijkt in het rood; minder dan een meter verder is er een streep als de eerste aan de linkerkant ongeveer dertig centimeter voor de rechterkant is er een donkergele, bijna rauwe sienna streep, de kleur die veranderd werd. Deze strepen werden na elkaar beschreven, maar worden uiteraard in een keer en samen met de velden gezien."

De beschrijving van Barnett Newman over zijn werk in het algemeen is dan overwegend metafysisch:

"In het schilderen is het mij erom te doen, dat het schilderij de mens een gevoel van plaats geeft: dat hij weet dat hij er is, zodat hij zich van zichzelf bewust is. In die zin is hij verwant met mij toen ik het schilderij maakte omdat ikzelf er in die zin was. En een van de aardigste dingen die iemand ooit over mijn werk heeft gezegd was toen jijzelf zei dat je een gevoel van je eigen schaal kreeg, toen je voor mijn schilderijen stond. Ik denk dat je dat bedoeld(?) en dat heb ik geprobeerd te doen. Dat de kijker die voor mijn schilderij staat weet dat hij er is. Voor mij heeft het gevoel van plaats niet alleen een mysterie, maar ook die betekenis van een metafysisch feit. Ik ben het episodische gaan wantrouwen, en ik hoop dat mijn werk het effect heeft dat het iemand net als mij het gevoel van zijn eigen totaliteit geeft, van zijn eigen afzonderlijkheid, van zijn eigen individualiteit en tegelijkertijd van zijn verbinding met anderen, die ook afzonderlijke wezens zijn."

(brontekst: Wat kan men zeggen dat niet gegeven is? Over het werk van Barnett Newman, Renée van de Vall)

(foto boven: Vic Heroic Sublimes, Barnett Newman, 1951, foto onder: Zonder titel, Donald Judd., 1989)


juli, 2020

Laveren over de grens.

Net als je denkt gewend te zijn geraakt aan de coronasamenleving besef je opnieuw de ernst en consequenties van de epidemie als je als 'vakantieganger' de grens oversteekt. Zo dragen wij, voor het eerst, verplicht onze mondkapjes in België in een aftands AC-restaurant dat op een paar bezoekers na bijna verlaten  is. Die leegte geldt ook voor stukje 'Autoroute du Soleil' waar we overheen rijden, voor het merendeel worden we er vergezeld door vrachtwagens.

Het moment waarop we in het Luxemburgse Troisvierges aankomen kan niet slechter getimed. Een regenachtige, druilerige donderdag, een leeg kampeerterrein, slechts enkele jongeren op fietsvakantie en wat wandelaars. Restricties bij de receptie, verplichte mondkapjes in de toiletgebouwen, gesloten restaurants en pas toegang tot het gemeentezwembad na telefonisch contact. Mijn kinderen zwemmen bijna privé.

Ook het plaatselijke sportterrein, dat grenst aan de camping, is nagenoeg verlaten. Lege tennisbanen, lege speeltuintjes, lege tafeltennistafels, lege beachvolleybalvelden en een gesloten buitenbad. Alles netjes gemaaid en in conditie gehouden. Dat dan wel. Zoals je mag verwachten in Luxemburg.

Ook in musea dragen wij benauwd makende mondkapjes, net als in de supermarkt waar het ons, na wat onderling gediscussieer, niet duidelijk is of wij als gezin 'De Cactus' wel binnen mogen gaan. We worden gerustgesteld in het Frans. Alleen boodschappen doen, twee meter afstand houden en ieder een eigen winkelkar blijken niet meer dan een aanbeveling. Met zijn allen zijn we welkom met slechts één. Overigens is het rustig, zeer rustig in de supermarkt en je kunt er een speld horen vallen.

Het klinkt paradoxaal, maar tegen de adviezen van sommigen in hebben wij ons, juist door naar Luxemburg te af te reizen, veiliggesteld van de grootste coronarisico's. In Nederland schijnen alle campings te zijn volgeboekt en is het overal druk. Dat maakt afstand houden, voor wie zich daar nog aan wil houden, tot een enorme opgave en op de meeste plekken zijn mondkapjes 'out of the question'. Eén van onze kinderen behoort ook nog eens tot de risicogroep en zat al maanden thuis. Kortom, wij 'moesten' erop uit.

Opvallend genoeg zijn bijna alle vakantiegangers hier Nederlander. Weinig Belgen, Luxemburgers of Duitsers lijken zich te wagen aan een kampeervakantie. Als je 'de drie maagden' dan ook nog eens verwisselt voor de prachtige wandelpaden, stille wegen, riviertjes of 'De Vennbahn' is het vaak doodstil, zonder vliegtuigen met slechts geluiden van de natuur. Precies wat we nodig hebben.

(foto: camping Troisvierges)


augustus, 2019

De slotzinnen uit: De val van Prometheus (2010) van filosoof Ton Lemaire.

Zoals Weber al schreef, is het niet gemakkelijk om ’opgewassen te zijn tegen een onttoverd bestaan’ en het lot van de eigen tijd in ’zijn ware gedaante onder ogen te zien’. Ikzelf vind dat men niet hoeft toe te geven aan fatalisme of cynisme noch aan de verleiding tot herbetovering van de natuur en evenmin aan die van een herstel van de traditie met haar illusoire geborgenheid of aan enig godsdienstig fundamentalisme. Men zou kunnen proberen de moed te hebben tot een wereldbeschouwelijke ascese, waarmee ik bedoel: de aanvaarding van de onbeantwoordbaarheid van de laatste vragen, de onvermijdelijke disharmonie tussen mens en wereld en daarmee de tragische dimensies van het mensenleven. Wat na de catharsis van kritiek en desillusies, na het afscheid van valse goden en idolen nog overblijft, dat is de stem van de aarde, de schoonheid van de natuur en de vriendschap en solidariteit tussen mensen en misschien ook de hoop die -ik herinner eraan- uit de doos van Pandora ontsnapte om de mensen te troosten wanneer ze lijden aan de kwalen en kwaden die hen teisteren als straf voor de vermetelheid van Prometheus, die wel de vooruitgang heeft gebracht maar ook haar keerzijden. 

(foto:  Lizard Point, Cornwall)


februari, 2019

Onbegrensd geloof.

...

'Met iedereen ga ik collegiaal om', vertel ik de chauffeur. 'We zijn immers van elkaar afhankelijk. Maar er zijn hier inderdaad collega’s die menen dat dit bedrijf hun koninkrijk is of territorium.'

Zijn ogen beginnen te glinsteren. Hij kijkt omhoog en in de rondte en spreekt:

'Wij zijn allen één in het universum'. 'Daarom geef ik veel aan anderen. En als je dat doet dan krijg je het terug van het universum. Ooit begon ik als metaalpoetser en nu chauffeur ik nog een beetje.'

'Mijn eerste huis, een flat, kostte 150.000 euro , mijn tweede 495.000 en het laatste laat nu ik bouwen voor 1.500.000.  'Hij laat me de foto’s zien van het bouwproject op zijn smartphone. Eén en al luxe.

'Kun je het je voorstellen? Ik heb er alleen maar om gevraagd. Wél consequent en steeds weer opnieuw. Herhalen, herhalen, herhalen…zo werkt dat.'

'Dat vragen doe je aan…God. Je vraagt, visualiseert het en maakt in je hoofd een contract. Alsof je het schrijft en ondertekend. Nogmaals, visualiseer.' Hij kijkt weer omhoog. 

'Maar... Je krijgt altijd de helft van wat je wenst. Vraag je een Ferrari, dan krijg je een Porsche. Vraag je een Porsche dan krijg je een Mercedes. Zo werkt God. Ja, ik ga een Ferrari vragen (hij kijkt wederom omhoog) en weet wat ik dan krijg.'

'Maar... heb wel geduld. Wat ik zeg. Je moet het steeds herhalen, herhalen en voor je zien. Echt. Het komt dan vanzelf naar je toe.'

'En daarnaast doe ik nog aan 'healing' en laat regelmatig mijn aura zuiveren. Want ja, alle negatieve energie moet weg na een tijdje. Je zou het eens moeten doen, het is fantastisch. Knip alle negativiteit van je los...'

'Verder zijn wij 'vegetarisch'. Want dieren zijn medeschepselen. Ze hebben gevoel...'

...

'Kijk eens een filmpje van Roy Martina.' (Het schijnt dat de alternatieve arts Martina kan ‘channelen’ met engelen, maar nog veel meer). 

'Roy Martina is geweldig!'

...

'Maar hij. Hij deed een energetische 'huiszuivering', dan kunnen ook anderen een healing bij mij thuis ontvangen.'

(Hij?)

'En weet je wie dat allemaal doet?'

'Pascal Lommelen!'

'Die kan ook een 'vortex' voor je maken om te 'herbronnen'. Kijk de foto's met Pascal en mijn gezin. Zo'n geweldige man. Hier maken ze een vortex tussen de bomen. Zo’n ding met de vier elementen vuur, water, lucht, pff, en uh… nog iets. Ik weet niet meer. Pascal reist over de hele wereld met zijn healings. Pascal is een sjamaan…'

'En doet ook voodoo.'

'Maar dat laatste is gemakkelijker, en kun je ook zelf doen hè.'

'Oké', zeg ik...

(Hij rijdt nog een keer de vrachtwagen in en uit)

'Ken je dat verhaal, van dat kind dat niet kon groeien. Nou, Pascál liet hem groeien. Na elke healing een paar centimeter. Het is echt waar.'

'Wil je zijn telefoonnummer? Voor 300 euro maakt hij een vortex voor je, kun je ook herbronnen.'

'Zie ik je nog eens hier. Dan kunnen we er verder over praten. Ik ben een gelukkig mens namelijk en heb het getroffen. Dat kan bij jou ook...'

Ik glimlach (zonder minachting).

'Dank voor je verhaal. Fijne dag, chauffeur.' 

'Jij ook. Fijne dag!'

...

(foto: Distributiecentrum Zaandam)


augustus, 2015

Peter Halley

Peter Halley maakt werk dat refereert aan de manipulatie van de massamedia of houdt zich bezig met het object-fetisjisme van de consumptiecultuur.

Amerikaans beeldend minimalistisch kunstenaar, maakt sinds 1981 grote, geometrisch-abstracte schilderijen met fluorescerende kleuren. In zijn theoretische geschriften, die zijn beïnvloed door o.a. de filosofie van Jean Baudrillard, probeert hij de uitdrukkingskracht van de door hem gepropageerde nieuwe abstracte kunst (door critici wel als neo-geo omschreven) in relatie te brengen met de sociale en technologische werkelijkheid. De gebouwde omgeving, de sociale orde en het menselijk denken worden volgens Halley steeds strakker door een geometrische indeling bepaald, die hij in zijn schilderijen visualiseert met behulp van gestileerd weergegeven cellen en geleidingssystemen. De cellen worden daarbij niet zelden als gevangeniscellen voorgesteld en de fluorescerende kleuren dienen o.a. om het mystificerende karakter van abstracte kunst te ontkrachten. (Encarta 2001)

 

(foto: 'Impulse', 2010, 80 x 82 inch).


maart, 2018

Anti-mimetische woede of...

Naar aanleiding van de kunsthistorische ontwikkeling van figuratieve naar abstracte (non-figuratieve) kunst spreekt de Vlaamse kunsthistoricus en filosoof Stefan Beyst over de ‘anti-mimetische woede’. De anti-mimetische woede is de obsessie met de uitbanning, in de beeldende kunst, van alles wat te maken heeft met het nabootsen, het scheppen van een wereld die is nagebootst (geïmiteerd), ten gunste van de ontwikkeling naar totale abstractie. Dit heeft volgens hem geleid tot een onverzoenbare tegenstelling tussen abstractie en mimesis. Door deze tegenstelling en met het uitbannen van elke illusionistische voorstelling is volgens Beyst veel beeldende (mimetische) kunst niet gemaakt die gemaakt had kunnen worden.

Voor Beyst is abstractie in de beeldende kunst vaak een stap naar design op het moment dat er geen sprake is van een imaginaire werkelijkheid, maar van reële objecten in een reële ruimte. De schemerzone tussen design en kunst openbaart zich tussen het aan zichzelf identieke en dat wat ons aan iets anders doet denken (iets uit zichtbare werkelijkheid om ons heen). Zo doorsnijdt geometrische abstractie de banden met figuratie en ontbeert de suggestie van ruimte. Frank Stella en Barnett Newman zijn dan designers. Dat geldt ook voor iemand als Yves Klein. Bij Mondriaan daarentegen vind je nog een spoor van mimesis door de suggestie van lijnen die achter het venster doorlopen.

Er is sprake van drie-dimensionaal design waar het drie-dimensionale object (het platte schilderij of beeldhouwwerk) geen nabootsing meer is, maar samenvalt met zichzelf. Dat is het geval bij de minimalisten zoals Donald Judd. 

Ook de platte vormloze ‘kubusvarianten’ van Rothko en de lichtruimtes van James Turell vallen onder design omdat er geen buitenwereld meer is, slechts een alles omvattend innerlijk.

De conclusie is dat er een verschil is tussen kunst en design. Wel heeft het anti-mimetisch elan volgens Beyst nieuwe perspectieven geopend en ook goede kunstwerken opgeleverd.

Ondertussen is er al geruime tijd een beweging gaande richting de klassieken in de kunst. Klassieke kunstopleidingen schieten als paddestoelen uit de grond. Een terugkeer naar mimetische onderwerpen als stilleven, portret, landschap etc. 

Het was precies deze ontwikkeling die mij indertijd een enigszins gechargeerd en provocerend stuk deed schrijven voor de Leeuwarder Courant. Aanleiding daarvoor was de in ‘mien heitelân’ opgerichte Kunstacademie Friesland. Daar ligt de nadruk naar mijn mening teveel op klassieke waarden, waardoor de kunstopleiding een deel van de kunsthistorie en de educatie (waar de anti-mimetische ontwikkeling deel van uitmaakt) links lijkt te laten liggen. Docenten zijn voornamelijk ‘mimetisch georiënteerd'.

Inmiddels lijkt er vaker sprake van mimetische woede dan van de anti-variant. Plaats een topic op een forum over kunstenaars als Sol LeWitt, Jean Fabre, Frank Stella of Damien Hirst en de scheldkanonnades zijn niet van de lucht. Dit is geen kunst schreeuwen velen bij voorbaat dan.

Bekeken door de loep van Beyst valt mijn werk hoogstwaarschijnlijk onder design of, door zijn concrete, ruimtelijke aanwezigheid, onder architectuur. Enkele illusionistische (mimetische) sporen zouden nog terug te vinden zijn in de organische vormen en wellicht suggestie van ruimte veroorzaakt door gebruikte kleurcontrasten.

Ik bevind me dan ook ergens in de slipstream van de anti-mimetische woede waarvan velen zeggen dat deze zijn langste tijd heeft gehad en slechts reactionaire stuiptrekkingen vertoont. Zouden we datzelfde niet ook kunnen beweren over de klassiek georiënteerden? Gelukkig bestaat er volgens mij nog heel veel tussen Brancusi’s Haan en zijn Oneindige Kolommen...

 

Stefan Beyst: http://d-sites.net

(foto: Zonder titel, 2017 57 x 36 x 12 cm, acryl op mdf)

 


januari, 2018

 Een huis voor de geest

Het is de stilte, de rust, maar ook de eenvoud die me raakt. De oude nonnen ontroerend. Een tegenovergesteld leven aan de hectische consumptiemaatschappij waarin wij verkeren. Hoewel? Het gegeven van een geordend leven met duidelijke structuren en dito rituelen is niemand helemaal vreemd. Het impliceert immers houvast. en controle. Tegelijkertijd stoot het af, dit rigide, ascetische kloosterleven. Het ontbeert elke expressie, dynamiek, of verandering. 

Ik kijk naar de film van de Estlandse kunstenaar Ingel Vaikla over het klooster in abdij Roosenburg te Waasmunster waar in 2016 de laatste nonnen leefden en dat sinds 1975 bestond. Inmiddels staat het klooster leeg. Het is ontworpen door Architect Dom Hans van der Laan volgens de verhoudingen van het plastisch getal. Dat geldt ook voor de meubels en het glaswerk dat er werd gebruikt. Zelfs de religieuze voorstellingen werden speciaal voor het gebouw ontworpen. Het equivalent van een ’gesamtkunstwerk’.

Een 'Huis voor de geest’, zo heet de (inmiddels afgeronde) tentoonstelling in Antwerpen in het Vlaams Architectuurinstituut, onderdeel van het
internationale kunstencentrum De Singel. Een tentoonstelling over het werk van Dom van der Laan. Op tamelijk didactische wijze wordt uitgelegd hoe Van der Laan tot zijn verhouding van het plastische getal kwam en zijn doelstellingen; evenwicht, samenhang, orde, eenvoud, harmonie, de menselijke maat etc.

Ervaring en verstand. De ontwerpmethode van Van der Laan voor de toepassing van wetmatigheden is gebaseerd op onderscheidingsvermogen; het menselijk vermogen om verschillende groottes te kunnen onderscheiden.

Het draait om het begrip ‘marge’ waarbij gewerkt wordt met verschillen die nog net onderscheiden kunnen worden en de marges die daar uit voortvloeien.
Met behulp van het plastisch getal wilde Van der Laan de kloof dichten tussen ervaring en verstand.

Praktisch gezien maakt het continue reeksen van bouwelementen mogelijk. De dikte van de wand is hierbij maatstaf voor het hele gebouw en zijn positie in de omgeving. Alles vormt één samenhangend geheel.

Opvallend is dat Van der Laan met zijn ontwerppraktijk helemaal aan de basis begon als beginpunt voor de ontwikkeling tot zijn uiteindelijke doel: de vormgeving van het menselijk verblijf.

Globaal ontwikkelingsproces; zie de foto’s en de bijbehorende teksten.

Met behulp van klei, als materiaal aan de aarde ontnomen, kun je tot verschillende basisvormen komen; de bal, de schijf en de cilinder.
-

Als je deze basisvormen kantrecht (rechthoekig maakt) krijg je drie vormen waarmee je kan bouwen; blok, plaat en staaf

Om tot een eerste architectonische vorm te komen is het niet voldoende om twee blokken tegenover elkaar te plaatsen, ook is die relatie er niet wanneer je twee staven tegenover elkaar plaatst. Wanneer je echter twee platen tegenover elkaar plaatst, ontstaat de eerste vorm van architectuur omdat de ‘wanden’, mits geplaatst op de goede afstand van elkaar, (maximaal zeven maal de wanddikte volgens Van der Laan), een relatie met elkaar krijgen en daardoor een ruimte vormen.

Op basis van een grondverhouding, het plastisch getal (verhouding ongeveer 3:4), ontwikkelde Van der Laan een matenstelsel van acht maten en noemt dit een ‘orde van grootte’. Binnen deze orde hebben de maten een relatie met elkaar. Zijn ze groter of kleiner of groter dan verliezen ze deze relatie. De kleinste en de grootste maat verhouden zich als 1:7.
De orde van grootte is: 1..4/3..7/4..7/3..3..4..16/3 en 7
Het exacte plastische getal is 1,324718..

Van der Laan heeft zelf weinig gebouwd. Zijn belangrijkste bijdrage is het klooster in Waasmunster en nog een aantal gebouwen en ontwerpen. Wel heeft hij architecten voortgebracht die zijn ideeën over architectuur gebruikten, of elementen overnamen. Velen volgden zijn uitgebreide lessen over architectuur die hij jarenlang gaf. Het gaat hier niet alleen om religieuze architectuur, ook woonhuizen en openbare gebouwen werden gebouwd volgens zijn basisprincipes.

Voor de (schilderij)objecten waar mijn werk uit bestaat, incorporeer ik elementen uit Dom van der Laans ideeën over ruimte-ervaring en maatverhoudingen. Met behulp van dit systeem bepaal ik de afmetingen van mijn objecten met de dikte ervan als uitgangspunt. De bruikbaarheid zit er voor mij in dat het geen rationeel systeem betreft maar een ervaringssysteem. Onderlinge verhoudingen zijn voelbaar, niet slechts meetbaar.

Dit alles in weerwil van de 'vrije vormen' die ontstaan vanuit schildersgebaren met een kwast. Of eigenlijk de overblijfselen daarvan, platte, vormen met niet meer dan de structuur van de verfroller.

Zo ontstaat er beeldende discrepantie, bijeenhouden en uit elkaar vallen en dat is wat ik op één of andere manier zoek…